op 
Dit weekend zit ik met vriendinnen een nachtje in Antwerpen. Een van hen is zwanger, dus echt wild wordt het niet. Vandaag hebben we ons voornamelijk van terras naar terras verplaatst en tussendoor wat winkels bezocht. We aten in een restaurant aan de Schelde, een gezellige tent met een goede kaart. ‘In BelgiĆ« eet iedereen natuurlijk wat later, dat is lekker bourgondisch,’ zei een van mijn vriendinnen nog. Maar toen om tien uur twee oudere dames het restaurant binnenstapten, werden ze vriendelijk weer buitengejaagd door de ober. En nadat ze de legen borden van onze tafel hadden gehaald kwam er niemand terug om te vragen of we koffie wilden. Het bedienend personeel, en de kok, stonden op een kluitje rond een spelletje op de tablet die als kassasysteem diende. De koffie haalden we zelf aan de bar, en zelfs daar was het moeilijk aandacht krijgen. Er waren nog 3 tafels bezet, die mensen zagen we ook verlangend naar de bar kijken. ‘Ze willen niet echt iets verdienen, denk ik,’ constateerde de andere vriendin. Nou, ze wilden gewoon naar huis. Om half elf ging de muziek zo hard dat het leek of er misschien nog gedanst ging worden, en begon een van de obers de houten stoelen op de tafels te zetten, met veel kabaal. Toen zijn we maar weggevlucht, terug naar ons hotel. Om twaalf uur lagen we heerlijk in bed. Ik weet niet wat dit met koptelefoons te maken heeft, maar dit heb ik nou eenmaal meegemaakt vandaag.