Elinor op zondag

Ik was op het matje geroepen. Een heel nieuwe ervaring. Nou ja, ik nam wel vrijwel onmiddellijk een onderdanige houding aan, en wist weer wat ik in 1995 nog meer luisterende, Rage Against the Machine (Fuck you, I won’t do what you tell me), zeker na een gesprek met meneer Camphuysen als ik weer eens iets achterlijks had gedaan, wat met enige regelmaat voorkwam. Alleen had ik dit keer niets achterlijks gedaan. Ik had iets achterlijks voorgesteld, kennelijk. Wat ik me afvroeg is of ik misschien kon vertrekken met een ww. Ik had daar in de strikte zin geen recht op, (ik had geen slechte beoordelingen en we hadden ook geen arbeidsconflict) maar de mogelijkheid was er zeker, wat mij betreft. Ik liep de trap af achter de Echte Baas aan, haar kamer in ‘Ga jij maar even zitten,’ ze schoof de stoel vast naar me toe en sloot de deur.

De Echte Baas is een powerhouse vrouw, het soort vrouw dat niet aardig hoeft te zijn, die een belangrijke functie vervult bij verschillende nationale bedrijven tegelijk. Het keiharde soort, met punthakken, wikkelblouses en wijd uitlopende rokken tot net over de knie. Loopt zoals ze praat, gedecideerd. Een harde kaaklijn en ogen die in een knipoog van guitig naar venijnig schieten. Die dingen met een glimlach zegt waar dat eigenlijk niet gepast is. De parelketting en bescheiden oorbellen die door haar bob-lijn heen schijnen maken het geheel af. Een lijst erom en ze is een VVD lijststrekster, puntgaaf, niets meer aan doen. Het gesprek was kort. Ik trilde bijna niet. Het was me snel duidelijk hoe zij zo ver was gekomen. Toen ik wegging, hield ik mijn hoofd omhoog, ik kreeg alleen de deur niet open. Zo’n week.

 

« vorige - volgende »