op 
Ik keek vandaag de laatste aflevering van de documentaireserie Stuk, waarin in vier afleveringen de verhalen verteld worden van (tijdelijke) bewoners van een revalidatiecentrum en hun dokters en verzorgers. De serie is meer dan documentair, hij is heel verhalend gemaakt, in beeld én in tekst. Er is een man die ’s nachts in het trapgat stapte omdat hij onderweg naar het toilet het licht niet aan wilde doen zodat hij zijn vrouw niet zou wekken (die had die nacht dienst en was dus niet thuis), een jongen van zestien met een spierziekte die na een operatie niet meer kon lopen maar vol bleef houden dat hij álles kon, een jongen die werd aangevlogen tijdens een paraglidetocht en sindsdien doodsbang was voor de grond. Allemaal een dwarslaesie. Op meerdere momenten in meerdere afleveringen moest ik huilen. Niet alleen omdat het verdrietig is wat deze mensen is overkomen, de vaak domme pech die een leven lang leed en aanpassing met zich meebrengt. Meestal huilde ik om het doorzettingsvermogen, de ‘het is wat het is’-mentaliteit.
Ik las deze week het laatste boek van Hanneke Hendrix, Aswoensdag, waarin een dochter terugreist naar Limburg om de moeder waar ze jaren geleden van wegvluchtte te verzorgen. Stap voor stap wordt duidelijk dat we allemaal, ook Marit, ook haar moeder, het product zijn van onze afkomst en dat dat onder ogen komen de eerste stap is tot het doorbreken van die generationele cluster-fuck-cyclus. Huilen hoefde ik nog net niet, maar ik heb wel even goed zitten zuchten op de bank na het het dichtklappen van het omslag.
De onontkoombaarheid raakt me. Hoe het leven in zijn volle vaart maar over ons heendendert en we er allemaal dingen irritant aan kunnen vinden maar dat dat de facto toch niet echt iets uitmaakt. Dit wordt een beetje sentimenteel, dat heb ik wel door. Maar hee, het was toch een mooie week? We hebben toch ons best gedaan ons niet te irriteren? We hebben ons toch allang gerealiseerd dat dat een onhaalbare kaart is, dat ergernis bij het leven hoort? Dat het misschien de onontkoombaarheid ervan een beetje voor schut zet? Dat je lekker boos maken om iets futiels wel degelijk wat oplevert: dat het heel even lijkt alsof iemand anders er schuld aan heeft.