op 
(LOCKDOWN 2 – SCHOOLDAG 6)
Op mijn Amsterdamse balkon staat een grote bak met stukken oud hout. In dat hout, voorzichtig meegenomen uit Ermelo, zitten neushoornlarven. Neushoorn-kever-larven eigenlijk, maar mijn dochter doet daar niet aan. Mooier vind ik de echte naam die de larven kregen: engerlingen.
Iedere keer als we een paar dagen weggeweest zijn, gaat mijn dochter met haar plantenspuit het balkon op om het hout vochtig te houden. De bak staat zo dat de regen erbij kan, maar ze vertrouwt het niet. Dat de neushoornkevers 3-5 jaar larf blijven daar kwamen we pas later achter. (En we hebben geen idee hoe oud ze eigenlijk al zijn.)
De kever-wannabe verschiet bijna al zijn kruid als engerling. Een lobbige veelvraat die van de warmte houdt die rotting teweegbrengt. In de slecht 4-6 weken dat hij met zijn hoorntje mag pronken gaat het mannetje op zoek naar een vrouwtje. Wat die vrouwtjes in de tussentijd doen weet ik niet. (Ronddolen in de hoop gevonden te worden? Hun hoorntjes vijlen? Klaverjassen?) Als het mannetje een leuk exemplaar vindt (‘Zo hee, wat een halsschild!’) schakelt hij de concurrentie uit door met zijn hoorn – en hier geldt absoluut des te groter des te effectiever – zijn tegenstander op z’n rug te werken. Het is voor een neushoornkever heel moeilijk zich dan weer om te draaien.
Stel je voor: lig je na een vernederende afgang op je rug te creperen, is het laatste beeld wat je ziet je nieuwe vriendin en haar lover die de zonsondergang in kruipen. Als dat je voorland is snap ik dat je liever zolang mogelijk een oogloze larf (met ademgaatjes aan weerszijde van je gedrongen lichaam) blijft.
De dag begon met een dompertje: drie WEKEN lockdown erbij. Kim stond erop dat we een weekje zouden doen. Met hoop. (Tegen de bierkaai.) Ik heb het ontzettend met iedereen en mezelf te doen. Dat ik niet vermogend bent, zeg maar gerust het omgekeerde, komt me nu eigenlijk wel prima uit. Ik heb geen huis dat ik kwijt kan raken. Geen familiezaak die kapot kan gaan. Ik ben geen neushoornkevermannetje met een kleine hoorn. Ieder voordeel enzo. Ik moet niet zeuren. Toch ben ik een beetje down. Zo’n week is een goede oefening/remedie.
Toen ik vanochtend de radio aanzette was Fauré’s Requiem op. 48. net aan het afronden. Het stuk begint nogal dreigend, maar ik beloof dat het goed komt. Of sla de dreiging over en ga direct naar de hoop (vanaf 31:45), kan ons het schelen.