op 
Ik wilde eigenlijk een stukje tiepen over het hoe en waarom achter de stilte op straat in Nijmegen op een zondag. Maar dat interesseert natuurlijk geen hond. Gisteren was ik op een feestje van een vriendin, P., waar ik mee gestudeerd heb in Utrecht. Ze woonde bij me om de hoek, we zagen elkaar veel en gingen vrijwel altijd samen uit en thuis. Tijdens een van die uitjes hadden we echt veel te veel gedronken (dat kwam vaker voor) en zwalkten we samen midden in de nacht over het fietspad. We woonden aan de Amsterdamsestraatweg, een heel lange, rechte straat met een mooi geasfalteerd fietspad ernaast (klinkt heel rustiek dit, maar in werkelijkheid is die straat – zeker overdag – echt de hel. Iedereen fietst er hard, harder, hardst en er wordt nergens zoveel op elkaar gescholden als daar). Onze sturen raakten in elkaar en daar gingen we. P. is wat zwaarder dan ik, dus terwijl ik gewoon strak tegen de vlakte ging, vloog zij een eind vooruit en vergat zich in alle dronkenschap op te vangen met haar handen. Ze stond op en viel meteen wéér, de andere kant op. Ondertussen zat ik met mijn voeten vast onder mijn fiets, de spaken staken alle kanten op. Gewoontegetrouw (zie dinsdag) begon ik te vloeken en te tieren en met veel geweld mijn fiets terug te vouwen in een fietsbare stand. P. stond me een paar meter verder rustig op te wachten. Ik liep naar haar toe, we stapten op en fietsten verder. P. zei: ‘Ik ben wel een beetje op mijn gezicht gevallen, is het heel erg?’ Ik keek haar aan. De rechterkant van haar gezicht was helemaal opengeschaafd, blijkbaar voelde ze er niks van. ‘Oh,’ zei ik, ‘ik denk dat je thuis wel even met een washandje…’ ‘Prima,’ zei ze.
Toen P. thuiskwam, keek ze in de spiegel en schrok zich een ongeluk. Eerst belde ze mij. Ik lag in coma, mijn telefoon naast mijn kussen, het geluid gewoon aan. Vijf gemiste oproepen had ik de volgende dag. P. heeft iedereen die ze kende in buurt gebeld, maar kreeg geen gehoor. Op het idee haar huisgenoot en goede vriendin (die gewoon in de kamer onder haar in bed lag) wakker te maken kwam ze niet. Uiteindelijk is ze maar gewoon gaan slapen. In de weken erna heeft ze zich scheel gegeten aan mandarijnen om de schaafwonden zo snel mogelijk te laten genezen. De kneuzing in haar hand ging ook weer over. We hebben er nooit foto’s van gemaakt, maar ze zag er verschrikkelijk uit, met al die korsten op haar gezicht. Ik kan me niet herinneren dat ik iets aan de valpartij heb overgehouden.