Elinor op zaterdag

Eén keer ben ik op fietsvakantie geweest. Van Nancy (FR) naar Wapse (DR). We zijn bij Maasbree de trein in gefietst, Nederland vonden we te saai. We waren niet zo heel erg goed voorbereid. Ik wilde op mijn omafiets, maar onder zachte dwang leende ik de citybike van Toos met twaalf versnellingen. Dat vond ik er veel te professioneel uitzien, bovendien had Floor achter haar fiets (drie versnellingen) een bak hangen waar een grote, reumatische en tikkie valse herder in zat. En ze had een soort skrillex-dreads-do en die haarsigaartjes deinden fijn op de wind. Ik moest het doen met een pet van een bekend kettingzaagmerk, mijn vlassige staartje stak er aan de achterkant uit. Mijn fiets kreeg zijn cool door de bouwvakkersghettoblaster die we met ducttape voorop het stuur bonden. We hadden een stapel bandjes mee, De Kift en Bob Marley kan ik me herinneren maar dat lijkt me sterk, wel Sublime, en stampgabber – géén happy. Ik leerde Doe Maar kennen. Vooral De Kift klinkt goed op de fiets.

Ik kan me niet meer herinneren waar we de bagage hadden, of ik fietste met een hele grote rugzak op (goed mogelijk) of gewoon m’n oude vertrouwde fietstassen met kapot leertje uit Amsterdam. Dit fietsverhaal is veel langer, maar daar heb ik nu geen tijd voor. Onze onderbroeken werden gestolen in Luxemburg. We aten spaghetti met jam voor ontbijt. Staken ons hoofd uit het tentje om te ontdekken dat we hadden gekampeerd op de runway van een privévliegveld. Kregen brood van een man die zijn vrouw sloeg en wiens dochter op de hond leek. Dronken cola bij een forellenrestaurant. (Werden er vriendjes gemist?) Werden geholpen door de conciërge van een meisjeskamp die een pinnetje voor ons lastte, we sloegen zijn aanbod om te douchen af. Ik kan me geen irritaties herinneren.  We lieten een papieren bootje met ons meevaren een heuvelriviertje af. De motorclubs toeterden wat af.
Ik kan het iedereen aanraden.

fiets pet

« vorige - volgende »