Elinor op zondag

Als kind had ik al snel een hekel aan wandelen. Bomen>saai, heide*>saai, zandheuvels>mwah, lange stukken je ene voet voor je andere voet zetten>saai, kleffe boterhammen waar ter plekke met een bot mes gesneden plakken tomaat op gingen>keisaai. Al fresco, my ass. De parkeerplaats niet kunnen vinden is geen, ik herhaal: GEEN avontuur.
Dit jaar heb ik voor mijn verjaardag een cursus paddenstoelen plukken gevraagd bij Edwin Flores. En een bijl, een mooi damesbijltje. Ik word een beetje opgewonden van de geur van houtvuurtjes. Drie hoog, woon ik, in Amsterdam, de oervrouw in mij wil de bloemetjes eens flink buiten zetten.
Wandelen is goed voor mij, ik wil bomen zien, het ruisen horen na zo’n week op kantoor, het is een fysieke maar ook mentale noodzaak, m’n lichaam moet werken, m’n hoofd op nul. Ik duw de kar tot ik transpireer en adem diep in. Ik vul mijn longen. Hou het vast. In de stad adem ik kort, hou instinctief in als er een scooter langskomt. In de stad is je fiets zijn gewicht in goud waard.
Ik wijs mijn dochtertje op mossen en verzamel blaadjes in alle kleuren – rood! groen! geel! – die zij in haar mond propt, achteloos weggooit. Met een kind lopen vraagt om vertraging. Je houdt halt bij dingen waar je anders aan voorbijloopt. Vandaag zagen we een ‘gewone’ eekhoorn, een rode met een enorme pluimstaart. En een man die met zijn Shetlander wandelde alsof het een hond was, los dribbelde het beest achter hem aan, zonder tuigje. Maar ook een eikel zonder hoedje, een dode muis en een elastiek. We lopen veel in Ermelo. ’s Zondags word ik ingehaald door gezinnen op de fiets op weg naar een dienst, zelfs in de zomer hebben de meiden vleeskleurige (nude) panty’s aan, om hun zuiverheid te bewijzen aan de Heer. Misschien een kleine daad van verzet als je kijkt naar de stevige kuiten van moeder; in 60 denier gehesen.
Als je loopt kan je inzoomen. Hoe boek-indianen dat deden, het spoorzoeken. Aan een gebroken tak kunnen zien hoe iemand is gelopen en wanneer. De gevederde vriend wijst zwijgend naar het zuid-westen, houdt drie vingers omhoog. Als je maar vaak genoeg kijkt, ga je de kleinste details zien, ontwikkel je een prismatisch oog voor verschillen. Ziet een vogeltje iets acht keer doen en voorspelt het de negende keer. Of zoiets. Mijn ouders zaten ook op kantoor en ik weet nu waarom ze de ruzies niet uit de weg gingen. Soms bleef ik zelfs in de auto zitten. Wat een oen.

Deze zinnelijke zwam vond ik vandaag:
zwam

*Ik vind heide nog steeds best saai. Dat je iedereen en z’n labrador kan zien, dat niks geheim is. Behalve in augustus als de dophei is uitgebloeid en de struikhei paarsig kleurt (dat heb ik gegoogled) of met mist. Dat ik er een Baskerville-huil bij kan denken als het geel van de twee gelijke jassen van het wandelende echtpaar voor ons zichtbaar wordt.

« vorige - volgende »