Kim op zondag

Ik heb een keer een lezing gegeven op een congres voor Neerlandici in Dublin. Het werd georganiseerd door de vereniging van de studie Nederlands in Engeland en Ierland. Zoiets, geloof ik. Alles ging mis dat weekend. Het begon een dag voor vertrek. Iemand ging iemand op mijn bril staan, die was helemaal verbogen. Dat was vervelend, omdat tijdens de eerste congresdag mijn oog ontstoken raakte en ik mijn lenzen niet meer in kon.  Het was slecht weer in Dublin,  en het strooizout was al weken op. De campus van University College een eind buiten de stad was spiegelglad, net als alle stoepen die ik op mijn chiqueste hakken bewandelde van en naar het hotel. Het hotel, ook zoiets – het oorspronkelijk geboekte hotel was failliet gegaan. Ik werd naar een ander hotel gestuurd. Omdat heel Ierland blijkbaar in paniek raakt bij de eerste sneeuwvlok, kon de helft van de gasten niet op het congres geraken, alle luchthavens werden gesloten. We zaten daar met maar 15 man, allemaal Nederlanders, en ik kende niemand. De professor die me had uitgenodigd zat vast in Sheffield. De sfeer was vrij stoffig, net zoals de meeste bijdragen. De tweede dag moest ik. Mijn verhaal kwam niet echt aan geloof ik, ik kreeg wat vragen, maar niemand was onder de indruk. Het zat er in ieder geval op. ’s Avonds in de hotelbar raakte ik in gesprek met enkele van de deelnemers. Het werd gezellig. De volgende dag versliep ik me, miste mijn bus, maar kwam nog precies op tijd op het vliegveld, want mijn vlucht had natuurlijk vertraging. Van Dublin heb ik dat weekend niets gezien.

« vorige - volgende »