Elinor op vrijdag

Het leger, dát leek me nou wel wat. De overzichtelijkheid, het kameraadschap, het dagelijks ritme, een afgetraind lijf krijgen zonder naar de sportschool te hoeven, niet hoeven kiezen wat je ’s ochtends aantrekt. Ook heb je er totaal geen discipline voor nodig. Want er wordt je gewoon precies verteld wat je op zo’n dag moet doen: eerst de vlag hijsen en een liedje zingen (de zon schijnt), dan koffie en een gezamenlijk ontbijtje, dan even tijgeren, een uurtje scherpschieten, tankles, lunch, bommetje onklaar maken, bommetje opblazen, latrines schoonmaken, samen eten – waarschijnlijk iets hartverwarmends met veel koolhydraten – en op dinsdag de blauwe hap, daarna samen naar de kroeg of een boek lezen op je ruime, lichte kamer, misschien nodig ik een buurman uit om van het tweepersoonsbed met zijden lakens te komen genieten, misschien liever een Franse film. En dan acht uur later uitgerust met een beetje spierpijn fris weer op voor een nieuwe dag vol orde en structuur. Het leek me zo… mindfull, al kende ik dat woord nog niet toen ik bezig was met de beroepsinteressetest. Het pakte allemaal wat anders uit en nu ben ik geen schout-bij-nacht maar freelancer-in-de-culturele-sector, en moet ik de godganse dag zelf bepalen wat ik doe. Zonder legerpensioen, maar ook nog steeds zonder discipline, dus wat dat betreft kun je je lot inderdaad maar gedeeltelijk zelf bepalen.

« vorige - volgende »