Kim op zondag

Het eerste glas drinken we op het terras op vrijdagmiddag, in het laatste stuk zon voor die definitief achter de huizen verdwijnt, na een week hard werken, met collega’s of vrienden, en een nieuw opengemaakt pakje sigaretten. Ontlading volgt: hehe, het zit er weer op, we kunnen ontspannen, ons laten gaan. Het tweede glas kan niet uitblijven, maar nu komen er ook bitterballen bij om de eerste honger te stillen, zoet te houden eigenlijk. Sigaretten worden rondgedeeld, het tempo zit er goed in – daar is ronde drie al. De eerste, verstandige, mensen gaan naar huis: naar man of vrouw of kind, maar wij blijven rustig zitten, verschuiven de tafel en onze stoelen naar een overgebleven streepje zon. Doen we er nog eentje? Ja, nog een dan. Gesprekken worden serieuzer, iemand moet al een beetje huilen, en we bestellen er nog maar een – honger hebben we inmiddels niet meer. We zitten nog als enigen op een verder leeggelopen terras, we hebben het niet koud, en binnen mag je niet roken. Het is donker maar de barman komt een kaarsje aansteken, we kunnen elkaar nog maar net zien. Onderweg naar de wc houden we ons vast aan stoelleuningen en kijken zo opgewekt mogelijk de kroeg in. We weten niets meer te zeggen, een voor een beginnen we met gapen. De laatste helft van het laatste glas wordt weggekauwd, eigenlijk smaakt het nu niet meer. Eenmaal thuis duiken we meteen in bed – een lange nacht nog voor ons die we onderbroken doorkomen. Onze lijven zwetend, onze buiken werkend. Niet misselijk, maar dorstig, dorstig, water lijkt niet te helpen. Een langzaam bonken komt opzetten in onze hoofden en we denken terug aan het eerste glas, hoe lekker dat smaakte, en waar het precies misging.

« vorige - volgende »