op 
Het is maandag! En wat zou een maandag zonder toestanden zijn? (Een dinsdag, woensdag?) Even een lekker liedje erbij? Doen.
Mijn maandag begon met een voor sommige mensen onconventioneel probleem: mijn tand viel eruit. Zoals ik aan Kim appte (om even op te warmen voor deze week), dat gebeurt zo nu en dan, het is default elinor. En ja ik praat hier even over mezelf in de derde persoon om elinor hiervan te distantiëren. De lijm laat los of elinor heeft iets te hartstochtelijk op een pen gekauwd en die tand* valt eruit en dan verandert ze tot ze bij de tandarts terecht kan (en dat is in deze corona-tijden nog helemaal niet zo makkelijk) in een middeleeuwse dorpsgek. ‘Is mét tand niet veel anders,’ aldus Kim. Elinor neemt het als een compliment, bovendien verklaart het waarom ik telkens salto’s maak en graag extra lange puntschoenen met belletjes eraan draag. Own it.
De volgende toestand was minder snel opgelost: ik moest een stukje vertalen dat Heel Erg Slecht geschreven was. Dat mag ik zeggen omdat ik zelf regelmatig slecht schrijf. Daarbij had ik het al een keer aangegeven, dat dat stuk niet in orde was (met onderbouwing overigens) en ja, er is toen iets aan veranderd maar nee ende helaas, bij nadere bestudering bleek het alsnog ende wederom superduperslecht.
Ik neem er geen genoegen in dat te zeggen trouwens, hoewel ik er lang over heb gedaan om er achter te komen dat ik sommige dingen beter kan dan andere mensen. De meeste dingen niet overigens.
In ieder geval, er een tweede keer iets van zeggen en wéér een hele productie laten wachten tot hun tekstschrijver, die onervarenheid duidelijk niet compenseert met snelheid, met iets beters op de proppen komt voor een projectding (ja sorry) waar ik verder niks mee te maken heb, vond ik gênant. Echter, een kromme tekst inleveren, ook al was het slechts de vertaling ervan, kon ik ook niet handelen.
Dus heb ik de tekst gewoon veranderd. Dat kan je eigenlijk niet maken maar de klus betaalt zo weinig dat ik (zelfs als ze er niet mee akkoord gaan, wat ik me eerlijk gezegd niet kan voorstellen) met opgeheven hoofd en een gerust hart de opdracht terug kan geven, zoals dat heet in coachingsland (waar ik godzijdank niet woon).
En dat, Kim, deed me denken aan een ander aspect van baren, babies en roze wolken (…) namelijk verkleinwoorden. Daar ga je er binnenkort heel erg veel van zeggen: een slokje, een luiertje, een lapje, een boertje, een hapje, een plasje, een flesje, een slaapje, een nachtje, een ruzietje. Alles in het klein is schattig, lijkt het neurolinguïstisch ouders-van-nu-devies. Bij babies heet het niet kotsen, Kim, het heet ‘een mondje teruggeven’.
* Het gaat hier om de laterale snijtand, numero 22 volgens internationale tandnummering.