op 
Mijn dochter van vier vroeg aan de kaasboer* of hij soms bijdehandjes gegeten had. Hij moest er hartelijk om lachen, ze kreeg een doosje rozijntjes en we vertrokken weer.
Een volle dag later realiseerde ik me pas dat aan een kaasboer met maar 1 arm (en dus maar 1 handje) vragen of hij soms bijdehandjes gegeten heeft echt heel erg intens gênant is. Ik had er zelfs nog bij gezegd: ‘Ja, haha, dat zeg ik altijd tegen haar.’ Waarmee ik bedoelde dat als mijn dochter iets uitvreet wat niet mag, en dat komt met enige regelmaat voor, ik aan haar vraag: ‘Heb je soms bijdehandjes gegeten?’ Ik bedoelde dus níet: “Ja, haha dat zeg ik altijd over jou, kaasboer met 1 arm, leuke grap hè.’ En nu ben ik zo bang dat hij denkt dat ik haar verhalen vertel over hoe hij z’n kaas altijd uit het vuistje eet en toen per ongeluk een keer de hele knuist uit pure lust verslond. Als een kaaskannibaal die zich na sluitingstijd es goed heeft laten gaan. En omdat ik zelf in eerste instantie helemaal niet aan dat ene handje dacht gaf ik dus ook nog eens een totaal verkeerde fysieke reactie af. Ik werd niet rood, ik ging niet zweten, ik probeerde me niet te verontschuldigen – alle dingen die je zou doen als je kind iets absurd ongepasts zegt. Wat mij op de een of andere manier heel erg schuldig maakt. Mijn Engelse bloed borrelt van embarrassment maar God wat heeft die man lekkere kaas, dus zaterdag sta ik in de rij en doe ik of m’n neus bloed want deze week heb ik schijt aan!
*We noemen hem de one armed bandit, met kerst had ik per ongeluk voor bijna honderd euro kaas gekocht. HONDERD. EURO. Christus te paard!