op 
Ik schaam me ook een beetje. Pas toen ik je bericht zag herinnerde ik me weer dat we vandaag gingen beginnen. En toen raakte ik in paniek: bij de koffie en een boterham net de krant zitten lezen. Alles mislukt. En toen bedacht ik me dat het MET krant was. Tjesus. Toen wilde ik bij de thee de rest van de weekendeditie van NRC gaan lezen. En toen bedacht ik me dat het daar dus niet om ging.
Ik ben vrijwel altijd bang dat ik ‘het’ fout doe, of verkeerd. ‘Het’, dat is dan precies wat zich op dat moment voor mijn neus bevindt. Als D. vraagt wat ik wil eten. Als een collega wil weten of ik er de volgende dag ook ben (ik kom gewoon als het (volgens die collega) nodig is, ook als ik een vrije dag heb). Als een vriendin vraagt wat ik wil drinken (eerst: ‘Wat neem jij?’), altijd. En ik zeg sorry. De hele dag lang. Ook als ik niets doe, of mijn teen stoot aan de stoelpoot van een stoel waar iemand anders op zit.
Dus voel ik me bij vlagen ook schuldig over dat krantenabonnement. Het was niet per se verplicht, maar ontving wel serieuze aanmoediging om een abonnement op een krant te nemen toen ik begon aan een minor Journalistiek. Ik koos voor NRC, zes dagen lang, tegen een studententarief. Toen ik afgestudeerd was, maar samenwoonde met mijn zusje die wel nog studeerde heb ik het abonnement op haar naam over laten zetten. Begrepen ze geen reet van, bij de klantenservice, we hebben natuurlijk dezelfde achternaam. Nu woon ik in een ander huis, heb al tijden een vaste baan, maar iedere dag valt NRC Handelsblad op mijn mat, rond half 5, tegen dat (trouwens wel steeds hoger wordende) studententarief. Dat mag dus eigenlijk niet.