op 
Er zijn periodes dat ik extreem betrokken ben, iedere dag de krant lees, meteen als ik thuiskom van kantoor. Dat gaat er soms emotioneel aan toe, begin ik tijdens het lezen ineens hardop te foeteren. ‘Ben je weer boos op de krant?’ vraagt D. dan.
In die periodes heb ik een mening, licht ik mensen in over hoe de situatie er binnen het onderwijs/de politiek/die oorlog in Zuid-Soedan precies bij ligt en wat de vooruitzichten zijn, en voel ik me daadwerkelijk verbonden met de wereld om me heen. Een echte wereldburger, zeg maar.
Dan volgt er een tijd waarin de stapel oud papier zich ophoopt (ik bewaar de kranten meestal nog een dag of vier voor ik ze weg durf te gooien), ik het alleen bij hoge mate van verveling op kan brengen de Fokke en Sukke en het ikje van die dag te lezen, en ik zelfs de voorpagina geen blik waardig gun.
Het kan me dan oprecht geen moer schelen wat er allemaal in de wereld gebeurt, waar het misgaat, waar mensen elkaar het leven vreselijk zuur maken, met welke bezuinigingen het kabinet nu weer aan komt zetten, of dat op mij van betrekking is en dat er mensen zijn in de wereld die het iedere dag weer oneindig veel slechter hebben dan ik. Er valt geen enkele verbinding te bespeuren met de wereld, de echte wereld. Mijn wereld bestaat uit mezelf, of er nog melk is (alsjeblieft ja, want ik bega een moord als ik NU naar de supermarkt moet), hoe ontzettend veel gedoe het is om iedere dag maar weer door te komen, en met welke uitjes en afspraken we dat kunnen veraangenamen.
Ik las eens een artikel waarin dit het sweatshop sublime werd genoemd. Ja, soms overzie je het ineens, het leed in de wereld, hoe oneerlijk het verdeeld is en ben je oprecht (oprecht!) begaan met al die ellende en de mensen (medemensen!) die het betreft. Als je je vervolgens omdraait, een boterham wil smeren, maar de pindakaas is op, vergaat er meteen een stukje van die wereld. Onmiddellijk word je opgeslokt door de waan van de dag, van je eigen kleine leven en verlies je de visie die je net nog zo’n verheerlijkend gevoel gaf. Blijkbaar kunnen we niet continu verbonden zijn en tegelijkertijd ons eigen leven leiden, plus: daarvan genieten. Het een of het ander.
Ik vraag me af of dat andersom ook zo werkt. Die mensen die in dat leed zitten, overzien die ook soms het fijne, zorgeloze leven dat ik leid? Kunnen zij zich verbonden voelen met iemand die geen enkele urgentie voelt omdat ze niet hoeft te vechten voor de basisrechten van haar bestaan? Die werelden liggen dan zo ver uit elkaar dat het voelt alsof het geen enkele zin heeft je te vergewissen van de gebeurtenissen overal, van historische momenten. Wat veranderen die nou echt? In mijn leven? Ik ben allang blij als het lukt om mijn goede humeur te behouden als ik de vaatwasser moet uitruimen.