op 
Er zijn een aantal dingen heel irritant aan de trein: een te korte trein als je achteraan het perron bent gaan staan omdat je al denkt te weten waar de trein stopt op je eindbestemming en je dan minder ver hoeft te lopen naar de trap, dat de trein naar Nijmegen in Arnhem heel erg lang stilstaat, als er iemand op de plek naast je wil zitten en jij je tas weg moet halen maar diegene dan toch al een beetje gaat zitten want het is een principekwestie en heel onbeschoft om een plek bezet te houden met je tas, conducteurs die bij iedere halte onnoemelijk lang omroepen waar we zijn, waar we naartoe gaan en waar we allemaal nog stoppen terwijl je een podcast probeert te luisteren of aan het bellen bent, het stuk voor en na Ede-Wageningen (gat in alle ontvangst), ‘wifi’ in de trein (ik tiep dit nu in de trein), de prullenbakjes. Dit is natuurlijk slechts een begin. Als je veel met de trein reist worden je irritaties echter ook volwassen merk ik: ik ga niet meteen beginnen te zuchten als er vertraging is of we staan heel lang stil ergens in een weiland, ik neem opladers mee en internet via mijn telefoon, en als er mensen in de buurt gaan zitten (dit gebeurt vaker ’s avonds of in het weekend) die herrie maken, stinken of asociaal doen, sta ik gewoon op en ga ergens anders zitten. Ook als ze me daar om naroepen. (Ik zat ooit nietsvermoedend een subsidieaanvraag te schrijven in een stiltecoupé tussen Tilburg en Nijmegen op een willekeurige maandagavond toen ik opkeek en er ineens een bataljon PSV hooligans rond me zat, met halve liters, bomberjacks en voetbalsjaals en bijbehorend zwakzinnig gebrul en al. ‘Ben je aan het studeeeeeeeeeron?’ ‘Prima,’ zei ik, pakte m’n spullen en vertrok onder luid gejoel. Ik was best wel trots op mezelf.)
Ik kom er zelfs achter dat er heel veel dingen geinig zijn aan treinreizen: de speelgoedwagens van Arriva (het is meer alsof ze daar treintje spelen dan treintje zijn), ronddwarrelende stofjes die vanuit je ooghoeken op grote spinnen lijken maar het niet zijn, en – mijn lievelings – de piepjes in de printer als de deuren sluiten. Dan heb ik namelijk steevast dit liedje in mijn hoofd: