op 
Vandaag heb ik met mijn dochter van 5 een heuse fietstocht gemaakt. De eerste ooit samen, apart. Want ze kan fietsen. Had ze op school geleerd en niet aan ons verteld, dus fietste ze tot onze stomme verbazing zo weg. We gingen naar de Boni in Ermelo. Een stuk waar je bijna geen auto’s tegenkomt, door het bos, dan een fietspad langs het spoor en daarna over de heide. Fietsen is een belangrijke versnelling in je leven. Eerst kan je alleen liggen, dan ga je kruipen (versnelling 1), van kruipen naar lopen (versnelling 2) en als vanzelf rennen (versnelling 3) dan fietsen (4) – wat gaat dat hard. Het duurt dan een enorme tijd voor je zelf harder kan schakelen. Elektrische bakfiets, brommer, fukking Biró: 5, auto: 6, hogesnelheidstrein: 7, vliegtuig: 8, raket: 9. Versnelling 10 moet nog uitgevonden worden maar de plannen liggen bij het patentbureau. Dan zijn er nog een paar tussen-categoriën als: zeppelin. Vanaf 7 is het slechts een handjevol mensen voorbestemd. Zelf moet ik 6 nog halen, en hoger kom ik waarschijnlijk niet. Ondertussen is mijn dochter niet te stoppen, rond en rond het veld gaat ze, spierpijn heeft ze ervan. En trots dat ze is. En ik ook, en ook een beetje verdrietig want ze kan nu, technisch gezien, zelf naar de Boni, met haar beursje, om chippies en Lambrusco en sigaretten te halen. (Maar goed met zwemles moeten we nog beginnen, daar is ze dan weer laat mee.)