Kim op zondag

Voor je het weet is het weer voorbij, een week met feestdagen. Zo gaat het altijd met feestjes, met vakanties, met festivals, met alle leuke dingen. Ik kan daar al van balen terwijl ik er nog middenin zit: de laatste week van de vakantie overvalt me een verdrietig gevoel, van de wekelijkse zondagavondblues schrik ik niet eens meer – een soort pro-actieve heimwee naar de tijd waarin het eindeloze vrij zijn zich nog in al zijn glorie voor me uitstrekte. Het is een drang om optimaal van vrije tijd te genieten, terwijl dat natuurlijk onhaalbaar is als ik me continu druk maak over het naderende einde van die tijd. Van D. leerde ik: iedere dag is maar gewoon een dag. Vandaag is een dag, morgen weer een, met allemaal een begin en een eind, waarop gewoon weer een dag volgt. Daar hoef je niet steeds opnieuw iets bijzonders van te maken, en de dag bepaalt ook niet wat je ermee kunt doen. Er is altijd nog meer tijd om weer iets anders leuks te doen, weer een moment om dingen te vieren. Makkelijker gezegd dan gedaan, hoor, ik kamp nog altijd met het moet-maximaal-genieten-syndroom (100% teleurstellingsgarantie!). Om de week niet al te zwartgallig te eindigen: de feestelijke keerzijde van dat syndroom is dat ik meestal wel in ben voor een feestje (hoewel sterk verminderd met de stijgende leeftijd, heb ik een meer dan gezonde dosis FOMO), altijd als laatste weg ben (en je koelkast leeg gedronken heb, dan wel platzak op de fiets naar huis stap), en nooit ‘nee’ zal zeggen als iemand vraagt ‘zullen we de karaokeset anders even opbouwen?’

 

« vorige - volgende »