op 
Toen mijn oma 65 werd (dat is al bijna 20 jaar geleden, angstaanjagend lang) nam ze de hele familie mee naar Florida. Dat had ze ons al jaren beloofd: als ik 65 word neem ik jullie mee vliegen. Dus we gingen, met negen man, mijn ouders, tante en oom, zusje en twee neven. En oma zelf natuurlijk. We sliepen twee weken in een hotel in Orlando en bezochten vanuit daar alle pretparken in de buurt. Ik was 12, kan me niet zo heel veel meer van die reis herinneren, behalve het wachten. Ellenlange rijen voor iedere attractie in de vijf werelden van Disney World, Universal Studio’s, Bush Garden. In een van die rijen (volgens mij was het een waterattractie in het thema Jaws) brak boven ons de hemel. Tien minuten lang stortregende het harder dan ik ooit eerder had gezien. Toen het voorbij was begon de zon weer te schijnen alsof het nooit anders was geweest. Mijn oma’s haar trok dat niet, dat is een zeer precies gestyled kapsel waarvoor ze wekelijks onder een droogkap moet zitten en waar in de loop der jaren misschien wel 100.000 bussen haarlak op zijn leeggespoten. Het zakte in als een plumpudding, en oma liep de rest van de dag met een groen petje van Looney Tunes op haar hoofd (daar zijn foto’s van, zorgvuldig weggestopt waarschijnlijk). Tussen de hete dagen die we wachtend doorbrachten (en mijn moeder rokend op een bankje) planden we een excursie naar de swomps. We zouden er in een bootje met enorme en nogal luidruchtige motor achterop rondvaren om alligators te spotten. Een busje haalde ons op bij het hotel, de reisleider was een guitige man die grapjes maakte. Wij konden dat allemaal prima volgen, maar mijn oma spreekt geen woord Engels. Toen hij haar liefkozend aansprak mompelde ze tegen mijn tante: ‘Jaja. Slijmbal.’ Wij lachten. De reisleider bleef even stil en riep toen uit: ‘I heard what you said! You called me a slime ball.’ Daar had oma niet van terug.