op 
Ik dronk vandaag port uit 1955. Het smaakte naar peer, bleef hangen aan de achterkant van je keel. Hij was zoetig, maar niet echt zoet. Het was het laatste beetje uit de fles. In het restaurant hadden ze de fles de afgelopen week uitgeschonken aan vaste klanten van wie ze wisten dat ze het zouden kunnen waarderen. Ik ben niet zo’n vaste klant, maar was wel met vaste klanten op stap. De eigenaar van het restaurant vond de fles in zijn garage, wilde hem weggooien, maar las net op tijd het etiket echt goed. Onderin de fles zat drap, het plakte tegen de zijkanten van het glas en het zag eruit alsof het een fles uit de Middeleeuwen was, gevonden in een kist op de bodem van de oceaan, naast het wrak van een groot zeilschip. Zo stelde ik het me voor althans – een echte vondst.
Zeven jaar geleden bezocht ik een van grote port-huizen in Porto. Ik ben geen bijzondere fijnproever, weet eigenlijk niets van wijn, drink nooit iets sterkers, en eigenlijk al helemaal geen wijnen als port of sherry (ik moest ook even googlen hoe je ze zou noemen). Toch was het bezoek de moeite waard – ik proefde verschillende soorten port (ook witte port: ugh!) en ging met twee flessen huiswaarts. Een voor tijdens de vakantie, een voor mijn vader. Ik denk dat die laatste fles nog in kast bij mij ouders zal staan. Als we lang genoeg wachten smaakt hij over vijftig jaar misschien net zo als de port van gisteren.