Elinor op vrijdag

 cantoGisteren zag ik in het Concertgebouw Canto Ostinato van Simeon ten Holt (vier piano’s met o.a. Polo de Haas). Zonder drank beleef je muziek anders. Je moet er bewuster je best voor doen – ik, in ieder geval. Tip 5: benader een twee uur durend endurance performance piece met cyclisch klanknarratief eens als een meditatieve oefening.

Canto is een stuk dat een heel leven verslaat, waarschijnlijk meerdere. Je eigen leven en dan allerlei levens waarvan je geen idee had. En je leidt die levens, heel even, allemaal tegelijkertijd. En je hebt een chrome-filter bril op. Op de helft (gokje) van het stuk, kwam de weerstand en besloop me de gedachte dat het misschien een beetje kitsch was, deze simpele melodielijn, het gebrek aan wrijving, en het begon me tegen te staan. Ook voor het publiek is het een soort endurence performance want je voelt je lichaam een beetje inzakken met de Canto mee op een gegeven moment (wannéér zal voor iedereen anders zijn). Maar daar moet je nou juist doorheen. Al is het maar omdat er anders acht mensen voor je op moeten staan. Ik deed m’n ogen dicht en concentreerde me op de klanken. Plantte m’n voeten op de vloer en hoorde m’n inner guru zeggen: “Hoe voel je dit stuk in je lichaam? Waar zit het?” De Canto zat op m’n hartklep. En sprong daar met z’n volle gewicht op. Het enige wat het nog spannender had kunnen maken was als de piano’s op een grote schijf hadden gestaan, die ronddraaide en steeg met iedere toename van snelheid en intensiteit. Misschien als er heel grote messen aan de zijkant van die schijf hadden gezeten en het publiek, opgehitst door de hypnotische werking van de echo’s, steeds dichter naar de piano’s toe zou lopen. De echo galmde opnieuws langs en ik dacht, zou het nu eindelijk de laatste keer zijn, en precies toen wilde ik meer. Een oud kroegmantra deed de kop op: nog ééntje dan.
« vorige - volgende »