op 
Vroeger was het makkelijk, zo veel makkelijker. Iedere zomer vertrokken mijn ouders, mijn zusje en ik voor drie weken naar een klein houten huisje achter de duinen bij Dishoek. We namen vrijwel onze hele huisraad mee (mijn moeder kan niet zo goed inpakken) en sliepen in net te kleine vakantiebedden op het Galgeweitje. Mijn zusje en ik in een stapelbed, onder speciaal vakantiedekbedden goed (Meneer de Uil en Sesamstraat). Er gingen veel jonge gezinnen op vakantie naar het weitje. Ik ontmoette er penvriendin Linda uit Heeze, haar ouders waren gescheiden, en Marlous uit Vlissingen, die was op dezelfde dag jarig als ik en bezocht familie op het weitje. Soms zocht ik hen in andere schoolvakanties op, of zij mij. Alle ouders waren beste vrienden, en aten iedere avond samen. De televisie was stuk, dus we waren altijd buiten. Voor ons huisje lag een grote deken met al onze Barbie-spullen. Iedereen mocht meespelen. Sommige kinderen namen hun eigen spullen mee en dan ruilden we. Zo kwam ik aan het glimmend gele bomberjack voor Ken.
Nu vind ik vakantie meestal moeilijk. Het moet leuk zijn maar ook nuttig, ik moet uitrusten maar niet lui zijn, ik kan dingen inhalen maar ook niet toch aan het werk zijn. Dat resulteert vaak in een eerste helft waarin ik op de bank lig te bingen en een laatste helft waarin ik eigenlijk net zo goed op kantoor had kunnen gaan zitten. Ik kom de dagen door aan de hand van een to do-lijst die zichzelf in stand houdt omdat ik er steeds nieuwe dingen op zet. Zodat er lekker veel is om af te strepen. Ik zet ook alle leuke dingen erop. Sommige taken zet ik er pas op als ik ze al gedaan heb. Kan ik ze meteen afstrepen. Tegen het einde van de vakantie, of vaak al halverwege rijst het vermoeden dat ik er niet genoeg van genoten heb – dan is het tijd voor de Sunday Night Blues – ook in het weekend zet die bij mij meestal een dag te vroeg in, hoe goed ik mijn maandag ook heb voorbereid, of juist daarom.
Maar niet dit jaar. Misschien is het de lengte van de vakantie (twee hele weken!), de start ervan met de Kerstdagen (het contrast met werken is zo groot dat je all together vergeet dat je eergisteren nog op kantoor zat te stressen), het feit dat ik echt een heel eind ben gekomen op de meest onrealistische to do-lijst aller tijden, of misschien ben ik gewoon echt zo ontspannen – ik heb inmiddels een gezonde zin om aan een nieuw jaar werken te beginnen, maar ik voel geen enkele drang dat nú al te doen. Maandag is maandag. De blues is in geen velden of wegen de bekennen – ik ben nog zeker een hele zondagavond vrij. Vakantie-Kim is een feit. Sms VAKANTIE UIT voor modus werk-Kim.