Elinor op dinsdag

Kim zit op dag 2, maar ik zit stiekem al in week 3, zonder wijn, zonder bier, zonder neut, zonder vertier. Nog een weekje te gaan en de maand zonder drank is voorbij. Ik heb het vrij serieus genomen. Zo zat ik vorige week in een restaurant in Haarlem – dat tegen een ster aanschurkt – gewoon een liter spa rood weg te tikken, de sommelier keek me meewarig aan. De avond begon in een bierkerk, waar ze gelukkig ook ginger ale hadden. (En een heel behoorlijke huiswijn volgens mijn collega die geen bier drinkt.) Het was wel interessant om te zien hoe mijn opdrachtgevers er bij elke gang roziger uit begonnen te zien, dieper in hun stoel wegzakten. Degene naast me lachte zo hard (om een matige, zelfgemaakte grap) dat ze niet door had dat de helft van de inhoud van haar glas over mijn broek heen klotste. Iemand begon te slissen. De volgende ochtend was ik heel blij dat ik dat niet was. Ik was van niemands schoot afgetrokken, niet van de toilet afgerold. Ik had niets gezegd waarvan ik mezelf moest overtuigen dat iedereen het toch zou vergeten.

Tip nummer 2: Je kan ook doen alsof. Goed, ik begon een beetje stroef en vergat soms de belangrijke tweede helft van een zin, maar ik heb gescoord met mijn parate kennis over koolmeesjes (kannibalen en vreemdgangers bovendien) en een bewuste poging gedaan ‘echt contact’ te maken voor zover dat kan aan een volle tafel waar sociale acceptatie gewenst is. Aan het eind van de avond maakte het toch niet meer zoveel uit wat ik zei.

« vorige - volgende »