Elinor op donderdag

Toen ik nog geen geld had voor een krant luisterde meer naar de radio. Een familietraditie; mijn oma zat met haar radio op schoot als een spinnende kat, mijn vader deed twintig minuten over het klaarmaken van het ontbijt zodat hij kon horen wat voor weer het was in East Anglia, of de zee die nacht ruw was. Ik woonde voor het eerst alleen en vond het prettig de stemmen om me heen te horen. Er stonden verschillende transistortjes in mijn eenkamerwoning dus ik had een soort surround sound. Eén bij de douche, één bij de keuken en die bij het raam aan de straatkant stond extra hard, want mijn doorgesnoven transgender buurvrouw hield wel van een feestje. Het internationale nieuws van de BBC World Service liet overzeese geïnterviewden dubben in het Engels met accenten uit de eigen taal, Swahili, Xhosa, Etiopisch, dat doen ze nog steeds trouwens. Ze moeten een enorme database met stemacteurs hebben of één fenomenaal getalenteerde. Dat nieuws dat door de lucht kwam, kwam van ver en was daarom niet helemaal waar. Enigszins verlekkerd vroeg ik me, vlak voordat ik het knopje indrukte, af wat er allemaal mis zou zijn in de wereld. Daar had ik zonder uitzondering spijt van. Ik hield van spannend nieuws, orkaan of schat gevonden. Liever geen doden. Soms moest ik ze snel alle drie uitzetten als er een te gruwelijk verhaal voorbij kwam, in-depth human interest, blijf er ver vandaan. Op de televisie mag je voor een bepaalde tijd geen enge dingen laten zien, daar doen ze bij radio niet aan.

’s Nachts luisterde ik ook, de cultuurprogramma’s of reisverhalen van de verslagveteranen die de politiek even zat waren en in slaap gewiegd door BBC-English.
Ik kreeg een bijbaan als receptioniste voor één dag in de week bij een uitgeverij, de tijd dat uitgeverijen ’s ochtends al blauw stonden van bij voorkeur Gauloises. De luide sis dan het kletteren van bierdoppen op de marmeren vloer vanaf een uur of vijf. Door dat ideale baantje kon ik boeken kopen met veertig procent korting en mezelf praktisch gratis abonneren op twee kranten. De serieuze voor door de week en gewoon omdat het kon ook nog die met de dikke weekendbijlage. Ik kan me niet meer herinneren dat ik ooit de tijd nam al die nijver geschreven stukken op de bank door te gaan spitten. Wel de eindeloze tochten naar de papierbak die een flink stuk verderop stond. Het lekkerste zat ik te lezen achter die receptie, terwijl de mensen in en uitliepen en jaloers keken naar hoe gemakkelijk ik het me kon maken in een kantoorstoel.

« vorige - volgende »