Elinor op woensdag

We leven in een bijzondere tijd. Heel bijzonder ja.
Superbijzonderspeciaal. En doodeng. Ik fietste net langs een mevrouw met watjes in haar neusgaten. Het zag er een beetje mal uit. Niet zo mal als de dame op een fiets die haar man aan een riempje had. Hij jogde gezellig mee. Maar waarom.
Rokjes-dag is met-haar-op-je-benen-thuis-op-de-bank-zitten-en-lekker-lang-aan-je-kruis-krabben-dag geworden.
Hoewel, vandaag heb ik toch heel veel blote benen gezien. Veel bruine benen ook trouwens, HOE KAN DAT? We hebben drie uur zon gehad, iedereen was toch binnen? De zonnebanken waren toch ook dicht? IK SNAP HET NIET.
Wie echt het rambam kunnen krijgen zijn motorrijders. Waarom moeten die fœkkers ZOVEEL GELUID MAKEN? Is dat leuk, dat het alarm van de brommer naast je afgaat als je optrekt? Is het leuk als er een kind schrikt van je knalpot? NEE DAT IS NIET LEUK, LUL. Wat een stelletje dildo’s. Ja sorry hoor. Ik snap het gewoon niet. Ik snap veel niet.
‘Ik heb vandaag niet zoveel honden gezien,’ net toen ik dat dacht zag ik er opeens heel veel achter elkaar. Daar was ik blij om want ik had zin om honden te zien. Als ik door het park fiets tel ik alle honden die ik zie op in m’n hoofd. En als ik het park weer uit fiets heb ik gekozen welke hond ik mag hebben. Dat doe ik ook in de bus maar dan met mensen. Met dat mens moet ik het vanaf nu doen. Voor altijd. Daar wil ik dit aan toevoegen, uit een ingezonden brief (naar The Economist, niet naar mij persoonlijk):

 

PS. KIM! ik kom er net achter dat we dit gesprek al eens een keer hebben gehad. Soort van. Dat jij een kater hebt en ik je een hond aanraad. Kijk hier.

« vorige - volgende »