Kim op maandag

Na mijn voornaam volgen drie doopnamen. KAGM is de afkorting, op zichzelf een lekker bekkend naampje, maar het staat voor mijn eigen naam, mijn peettante en peetoom (inmiddels al jaren gescheiden, dus hoe moet dat nou als ik ooit hun opvang nodig heb) en, naar goed katholiek gebruik: Maria. Ik ben niet christelijk opgevoed, wel christelijk opgegroeid. Bijpassende basisschool, iedere ochtend bidden, en bijbehorende rituelen. Als eerste de doop, waar ik me niets van kan herinneren maar wel foto’s van heb. Vervolgens de eerste communie, en ten slotte het vormsel. Ik zat toen in een kerkelijke discussiegroep die†wekelijks samenkwam om te praten over Dingen in de Wereld. Toen ik merkte dat het steeds teruggebracht werd naar wat God er van zou vinden heb ik dat vormsel voor lief genomen en ben ik nog maar zelden in de kerk terug geweest.

Maar die communie. Iedereen in de klas keek er naar uit, het was een Belangrijke Gebeurtenis. We oefenden een toneelstuk waarin ik de hoofdrol vertolkte: Jezus. Ik liet blinden (mijn buurjongen) zien, en genas zieken. Wat ik me daar nog van herinner is mijn antwoord op de vraag hoe lang we gerepeteerd hadden: ‘Wel twee weken.’ Samen met mijn moeder zocht ik een mooie jurk uit, met gepaste schoentjes en een hoedje. Dat mocht eigenlijk niet, want hoedjes konden vlam vatten. ‘Ja,’ zei mijn moeder, ‘maar ze bedoelen dan van die enorme wapperhoeden. Dit kan wel. Gewoon niet in een kaars†gaan hangen.’ We leerden welke hand boven moest en wat je moest zeggen als je de hostie aangereikt kreeg: ‘Dit is het lichaam van Christus.’ ‘Amen.’

Na mijn communie (ik kreeg een nieuwe fiets waar ik zo trots op was dat mijn moeder me er meerdere malen op moest wijzen dat ik voor me moest kijken en niet naar of de mensen op straat wel zouden zien hoe mooi mijn fiets was) verfden we mijn mooie jurk rood (want wit: wie kan dat schoon houden) en de schoentjes blauw. Ik had nog nooit zulke mooie schoenen gehad, met een riempje, echt heel schattig. Toen ik ze eindelijk aan mocht naar school was ik zo enthousiast dat ik nog voor we onze straat uit waren viel. De schoenen hadden gladde zolen, ik gleed uit. Ik viel beide knieŽn open, en een elleboog. Ik kan me niet herinneren dat ik ze ooit nog aan gehad heb. Maar op de kast in mijn oude slaapkamer ligt het kleine hoedje nog te verstoffen.

« vorige - volgende »